Actualisatierapport Toegankelijkheid Spoor 2021

Actualisatierapport Toegankelijkheid Spoor 2021

In het Toekomstbeeld OV hebben Rijk, regio’s, vervoerders en ProRail afgesproken toe te werken naar een volledig toegankelijk OV per 2040. Bij alle partijen leeft het besef dat een toegankelijke treinreis vanzelfsprekend moet zijn en dat alles op alles moet worden gezet reizigers die te bieden. Intussen is al veel gerealiseerd en is het wenselijk om de balans op te maken van alle genomen maatregelen en plannen voor de toekomst.

Begin juni hebben ProRail, NS en Samenwerkingsverband DOVA namens de provincies Limburg, Zuid-Holland, Gelderland, Overijssel, Drenthe, Groningen en Fryslân) het Actualisatierapport Toegankelijkheid Spoor 2021 toegezonden aan het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het rapport is voor ProRail en NS de derde actualisatie van het Implementatieplan Toegankelijkheid dat in 2006 werd opgesteld. Echter, met het opnemen van informatie over de toegankelijkheid van ook het regionale treinvervoer wordt een landelijk dekkend beeld van de toegankelijkheid van het treinvervoer weergegeven. Daarmee kan ook voor het eerst invulling worden gegeven aan de verplichting van lidstaten om de Europese Commissie eens in de vijf jaar van een bijgewerkt overzicht te voorzien.

Vooruitgang

Het gaat goed met het realiseren van de toegankelijkheidsdoelstellingen. In de afgelopen vijf jaar is veel vooruitgang geboekt waardoor steeds meer mensen met een beperking zelfstandig (of met een beetje hulp) kunnen reizen met de trein. Hoewel de focus daarbij ligt op reizigers met functiebeperking (visueel, auditief, qua mobiliteit of anderszins), is een groot deel van de toegankelijkheidsmaatregelen nuttig alle reizigers. Denk daarbij aan een toenemend aandeel ouderen, reizigers met zware bagage of een kinderwagen en aan het aanzienlijke aantal laaggeletterden. Naast de voortgang die NS heeft geboekt, zoals de vernieuwing van de volledig toegankelijke sprintervloot per eind 2021 en de toename van het aantal stations waarop NS reisassistentie verleent (van 74 stations naar 168 stations), gaat de rapportage ook in op de voortgang die ProRail heeft geboekt op het (regionale) spoor. Zo zijn alle (regionale) stations voorzien van geleidelijnen en zijn op ruim 100 stations de perronhoogtes aangepast. Daardoor is het totaal aantal stations met toegankelijke perronhoogtes uitgekomen op ruim 300. Ook geven de regionale ov-autoriteiten met trots aan dat al het treinmaterieel van regionale vervoerders gelijkvloers en toegankelijk is.

Naast dat consumenten- en belangenorganisaties in de totstandkoming en uitvoering van het regionale treinvervoer betrokken worden, zijn zij ook betrokken bij het opstellen van dit rapport. Met hen hebben de opstellers van dit rapport vastgesteld dat het reizen per trein voor mensen met een beperking in de afgelopen vijf jaar een enorme sprong voorwaarts heeft gemaakt, maar ook dat in het regionale treinvervoer de komende jaren verder gewerkt moet worden aan het versterken van het beheer van de gerealiseerde toegankelijkheidsvoorzieningen en het uitbreiden en harmoniseren ervan.

Om een zelfstandige instap in de trein voor rolstoelgebruikers te realiseren, past ProRail stations aan door de perrons op de juiste hoogte brengen. Vervoerders schaffen hiervoor de juiste treinen aan. In het regionaal treinvervoer zijn op dit moment verschillende treintypes aanwezig die alle beschikken over een lage instap, maar die in de praktijk niet overal gelijkvloers zijn met het perron. Dit hangt onder meer samen met de hoogte van de trein die afhankelijk van het jaar van ingebruikname kan verschillen, de afstand tot het perron die op verschillende wijzen overbrugd wordt (bijvoorbeeld door een schuiftrede die actief de perronrand opzoekt) en de perronhoogte die (nog) niet overal op de normhoogte van 76 centimeter is aangebracht. Waar een gelijkvloerse instap gerealiseerd wordt, wordt over het algemeen geen extra reisassistentie aangeboden. Reisassistentie zal echter altijd nodig blijven, omdat ook in de eindsituatie sommige reizigers nog hulp bij het navigeren of bij hun in- en uitstap nodig kunnen hebben. Naast de dienstverlening van NS op de grotere stations waar regionale treinvervoerders aanwezig zijn, wordt op verschillende regionale spoorlijnen reisassistentie permanent aangeboden.

Naast de gelijkvloerse toegang tot de trein is het ook van belang dat reizigers het perron veilig kunnen bereiken: op veel stations zijn nieuwe liften en hellingbanen aangebracht. Voor reizigers met een visuele beperking zijn geleidelijnen aangebracht. In samenspraak met belangenorganisaties worden ook innovaties toegepast, zoals de voelbare plattegrond van grote stations, real-time liftinformatie en oversteeklijnen. Maatregelen die door de regionale spoorvervoerders genomen worden, komen voort uit concessievoorwaarden aangevuld met het aanbod van de concessiehouder en de toelatingseisen voor treinen in Nederland. Dit betekent dat in de basis de toegankelijkheid overal moet voldoen aan wet- en regelgeving, maar dat er ruimte is voor regionale nuances, omdat de concessieverlener en/of -houder daar bovenop extra voorzieningen heeft gevraagd en/of aangeboden.  Zo is een visueel en/of auditief signaal bij het sluiten van de deuren in alle regio’s aanwezig omdat dit hoort bij de landelijke toelatingseisen van het materieel, maar is de aanwezigheid van een omroep van de uitstapzijde niet overal ingevoerd. Over het algemeen zijn regionale treinen voorzien van priority seats, deurknoppen met tactiele en lichtgevende elementen, schermen met actuele reisinformatie, station afroep, contrastkleuren, rolstoelopstelplaatsen en call-for-aid-knoppen. (Rolstoeltoegankelijke) toiletten zijn niet overal aanwezig.

Zelfstandig reizen

In de regio’s wordt ook een aantal landelijk beschikbaar gestelde reisproducten geadviseerd. Zo krijgen reizigers met een visuele beperking in verschillende regio’s het advies om gebruik te maken van een OV-chip Plus-abonnement, het reisproduct speciaal voor reizigers met een visuele beperking waarmee betaaltransacties onderweg kunnen worden vermeden. Kenmerkend hieraan is het achteraf betalen en dus betaalgemak onderweg. Met de OV-Begeleiderskaart mogen hulp- of blindengeleidehonden gratis mee. Met de Zichtkaartregeling kan het trajectabonnement als zichtkaart worden aangevraagd. Reizigers met een niet-zichtbare beperking, zoals autisme of slechthorendheid, kunnen gebruikmaken van het Sunflower-keycord of -polsbandje, waarmee de steward ziet dat iemand een niet-zichtbare beperking heeft zodat hij of zij  beter geholpen kan worden. Aanvullend hierop bieden verschillende vervoerders trainingen en instructies aan het personeel aan om in verschillende situaties om te kunnen gaan met reizigers met een beperking.

In een aantal concessies zijn kaartautomaten ontworpen voor reizigers met een visuele of een motorische beperking. Een aantal kan op afstand worden overgenomen en ondersteunt de mogelijkheid tot contactloos betalen. Via de reisplanner 9292 wordt aangegeven welke treinen beschikken over rolstoelplaatsen en rolstoeltoegankelijk zijn. Daarnaast beschikken verschillende (voor reizigers met een visuele beperking toegankelijk gemaakte) websites van regionale vervoerders over aparte pagina’s rondom toegankelijkheid waar ook wordt ingegaan op de meest gestelde vragen. Tot slot ondersteunen enkele regionale ov-autoriteiten ov-ambassadeurs. Deze vrijwilligers organiseren het gehele jaar voorlichtingsactiviteiten voor ouderen in deze provincies, met als doel om mensen op weg te helpen in het openbaar vervoer, zodat zij zelfstandig kunnen reizen.

Conclusie

Zelfstandige toegankelijkheid van het treinvervoer realiseren voor reizigers met een beperking is een zaak van lange adem. Het aanpassen van stations en perrons vraagt veel tijd en treinen kennen een lange levensduur. Er worden logische momenten zoals concessiewisselingen benut om grote stappen te zetten. Desondanks betekent het dat er nog geruime tijd veel van alle betrokkenen zal worden gevraagd totdat het doel van een volledig toegankelijk OV is bereikt. In de tussentijd wordt ingezet op verzachtende maatregelen zoals reisassistentie, service en reisinformatie. Deze zijn nodig om het zelfstandig reizen per trein zoveel mogelijk te faciliteren.

Download hier het rapport!